Zo, na een lange radiostilte zijn we er weer!
Om te beginnen een culinaire update; het nieuwe restaurant is nog
steeds niet geopend omdat er wederom een lekkage is. Dit is al 2x eerder voorgekomen,
zelfs het slopen van het plafond heeft hier blijkbaar niet voor geholpen. De
verwachting dat het restaurant met de Kerst geopend zou zijn is dus helaas niet
waargemaakt. Maar goed, in Afrika is alles mogelijk dus we zetten nu in op
Kerst 2016. Desalniettemin vermaakt Janet zich nog prima in het andere
restaurant waarvan ze de naam eer aan doet (African Queen).
Lenneke is momenteel soort van verantwoordelijk voor de kinderen van de
voorganger van de kerk, omdat hun moeder in Amerika is voor een paar weken. Ze
helpt hen bij het huiswerk en haalt hen elke dag op van school. Dat ophalen gaat
in een grote Transponder Jeep (of zoiets). Dat was natuurlijk in het begin
makkelijker gezegd dan gedaan. Alle metertjes werken niet namelijk dus het is
altijd een grote verrassing hoeveel fuel er nog in zit en hoe ver je nog kunt
rijden. Het starten is ook altijd weer een avontuur en neemt wat tijd in
beslag. Eerst voorgloeien, vervolgens een aantal keren de automatische ramen open
en dicht doen en nog wat vreemde handelingen voordat er een gegrom uit de
motorkap komt. Tevens is de draairadius vrij groot dus zit Lenneke regelmatig
met rode gestresste konen in de auto en loopt Inge eromheen om te checken of er
niks geschampt wordt. Of dat we niet over een kudde kuikentjes rijden. Goed,
tot zover de auto van Len. O ja, en de verwarming gaat helaas ook niet meer uit
dus voorin zitten betekent een ware dubbele hittegolf.
Hope, Joshua, Lenneke en Jessica
We hebben inmiddels ook de verjaardag van Lenneke achter de rug. De
indeling hiervan wisselde van dag tot dag. Van ‘nee, ik vier het niet hoor, al
dat gedoe’ tot ‘oké, ik nodig gewoon de hele kerk uit’. Dat laatste werd wel
heel letterlijk genomen want er was zelfs een heuse announcement in de kerk dat
de verjaardag van Lenneke plaatsvond en dat iedereen ‘in time’ daar moest zijn.
Waarna de halve kerk natuurlijk alsnog pas s’avonds laat aankwam. Maar het was
een heuse gezellige kringverjaardag met ballonnen en een keidure
verjaardagstaart. De door Janet gebakken bananenpannekoeken waren in een mum
van tijd op, de door Inge gesneden watermeloen werd met argusogen bekeken en
vermeden. Tsja, die bleek inderdaad niet helemaal goed meer te zijn, of althans
vrij oud. Wat ze natuurlijk niet wisten was dat die meloen voor 500 dalasi’s
(10 euro) werd en Inge daarop luid protesterend wegliep en we em uiteindelijk
meekregen voor 70 dalasi (ongeveer 2 euro). Dat verklaarde misschien achteraf
ook de staat van de meloen… Vrienden uit de kerk brachten een hele DJ
uitrusting mee, ook waren er een aantal zeer professionele dansers aanwezig die
hun benen om hun hoofd konden vouwen, op hun knieën konden lopen en nog meer
niet nader toe te lichten dingen konden met hun lichamen. Haha, het was zeer
vermakelijk en leerzaam. En ja hoor, natuurlijk mag je je stukje
verjaardagstaart mee naar huis nemen om er morgen nog verder van te genieten;)
Nog een extra verjaardagscadeautje;)
Almost last but not least; het bezoek van Jan-Paul natuurlijk. Inge
heeft 2 weken rondgelopen met een glimlach die niet meer van haar gezicht af te
krijgen was;). De extra tas met allerlei lekkernijen en cadeautjes viel
natuurlijk ook in goede aarde, we eten nu alleen nog maar fairtrade hagelslag
als ontbijt (dat is niet waar natuurlijk want het is ongeveer al op). Maar
paaseitjes, kaas, chocoladesaus, stroopwafels en lollies. Onze heupen en
bloedsuikerspiegels hebben ervan genoten.
Heel fijn dat er inmiddels ook een groentetuin hier is aangelegd! De tuinkers en veldsla groeien als een malle!
Jan-Paul heeft Inge liefde (nog meer)
bijgebracht voor de muziek van Johnny Cash en Eddie Vedder. In ruil daarvoor heeft
Inge Jan-Paul Dakar (Senegal) laten zien. De reis hiernaartoe was interessanter
dan de stad zelf. Als eerste natuurlijk of we daadwerkelijk zouden gaan
vertrekken, tot grote verbazing van Janet en Lenneke die er echt van overtuigd
waren dat we liever lui op het strand zouden gaan liggen. Niet dus hé. De 1e
twee taxi’s gingen vrij soepel en goedkoop omdat dat nog vertrouwd gebied was.
De ferry van Banjul (hoofdstad van Gambia) naar Barra was een ander verhaal.
Die zat namelijk vol, en met vol bedoelen we heel erg vol. Bussen, auto’s,
vrachtwagens, kippen, geiten, mensen. En dat allemaal ongeveer 10 keer meer dan
de toegestane gewichtshoeveelheid. We wilden heel graag mee maar de hekken
waren gesloten. Maar voor ‘wat geld’ deed iemand schichtig het achterhek open en
stormden we naar de boot. Althans, Jan-Paul rende met de backpack ernaartoe en
Inge kuierde er op haar dooie gemakje achteraan. Goed, we hebben dus veilig de
overkant bereikt, alwaar het vertrek van alle mensen van de veerboot eruitzag
als een echte Exodus.
Na een taxiritje naar de Senagelese grens (helaas
exclusief ons wisselgeld, ondanks een boze Jan-Paul), een aantal indrukwekkende
stempels in ons paspoort en een spannende rit achterop een scootertje kwamen we
aan bij de bus naar Dakar. Eindelijk! In de bus werden we verrast door onze Gambiaanse
achterbuurman die zijn Nederlandse inburgeringsexamen aan het leren was en op
weg was naar de ambassade hiervoor. Zijn Nederlands was vermakelijk en ook best
goed, heel grappig dat hij ook constant ‘sjonge jonge’ zei, als dat geen echte
Nederlander wordt;). Hij leerde ons de waarde van CFA (Senagalese munteenheid),
haalde broodjes met stukjes kippenvet en nodigde ons uit om te komen slapen in
het huis van zijn oom aan de rand van Dakar. Waar we natuurlijk geen nee tegen
zeiden! Op een matrasje in de woonkamer, foto’s bekijken van zijn Nederlandse
vrouw, bucketshowers, we hebben ervan genoten!
Weer een van de onduidelijke politiecheckpoints waarbij alle koffers onderzocht werden op smokkelwaar.
We hebben veel geslenterd door Dakar en Ile de Gorée bezocht (voormalig slaveneiland).
Indrukwekkend om dit stukje geschiedenis ook te zien, als Nederlanders hebben
we een niet zo fris verleden als het om slavernij gaat helaas…
De terugweg was wederom een echte belevenis. Na een kamikazerit in de
taxi door Dakar, 6 uur wachten bij het busstation en talloze potjes kolonisten
van Catan verder vertrok de bus uiteindelijk maar een half uur later dan
gepland. De eerste helling die de bus nam leverde een hevige verbrande
rubbergeur op maar de bus reed gewoon door. Na 2 uur schrokken we wakker
doordat de bus hevig begon te slingeren en ongeveer bijna omviel…Een klapband,
in de middle of nowwhere. 2 uur lang zijn alle mannen uit de bus bezig geweest
om dit te repareren. Wij genoten ondertussen van de prachtige sterrenhemel en
verzonnen onze eigen sterrenbeelden. O ja, en hadden natuurlijk ook ons aandeel
in de reparatie, Jan-Pauls zakmes en hoofdzaklampje en Inge’s waarschuwings-afrem-zakklamp-vaardigheden
kwamen goed van pas. Terwijl de krik op de bus stond en alle vrouwen verder
sliepen in de bus (best zwaar leek ons) werd de band gefixt. Met de nodige
vertraging kwamen we dus de volgende ochtend veilig aan. Wat dus niet zo
vanzelfsprekend is hier! Aan alle goeds komt weer een einde, zo ook aan het
bezoek van J-P. Gelukkig gaat de tijd snel en komt ook maart weer (soms
schrikbarend) snel dichterbij.
Het inladen van 15 balen hooi neemt ook wel wat tijd in beslag!
Als je Effio-sokken maar goed zitten;)
Bezoeken van agriculture projects in Lamin, Gambia. Er wordt veel zoete aardappel en rijst verbouwd, verder ook tomaten, pinda's en cassave.
Als dat geen fervente birdwatchers zijn mét vogelboek en mét verrekijkers;)
Parasite tree, een boom die zich als een parasiet om een andere boom slingert en hierdoor deze boom afsterft.
Een kudde koeien op het strand.
Jaja, ook Jan-Paul moet eraan geloven. Meemarcheren in de boys- en girlsbrigade in Marakissa.
Het ziekenhuis heeft het de afgelopen weken wat minder met Inge moeten
doen door het bezoek van Jan-Paul (ik krijg regelmatig boze vragen van collega’s
waarom ik hem niet aan hen heb voorgesteld, tsja tijdens ons voorstelrondje was
niet al het personeel van het ziekenhuis aanwezig;). De afgelopen weken ben ik onder andere
bezig geweest met het herinrichten en ordenen van de 2 ambulances. De
ambulances zijn vernoemd naar de 2 zoontjes van de CEO, Amadou en Mammoet, best
creatief. Laatstgenoemde doet niet echt zijn naam eer aan, want het is
allesbehalve en Mammoet. Hij valt van ellende ongeveer uit elkaar dus het is
fijn dat er nu een ‘nieuwe’ Duitse ambulance is gearriveerd. Waar bijvoorbeeld
een echte Nederlandse RAVU machine in zit, waarmee alle vitale functies
gecontroleerd kunnen worden (zoals SpO2, HF, RR, ECG), ook zit er een
defibrillator op. Best leuk allemaal, maar niet als niemand die machine
begrijpt en daarom niet gebruikt. En de oplader ontbreekt. En niemand daar wat
aan veranderd. Goed, na 4 weken is eindelijk de charger uit het huis van de CEO
opgetrommeld en heb ik de drivers geïnstrueerd dat ze elke dag de batterijen
moeten vervangen en het emergencyteam hoe ze de machine kunnen gebruiken. Best
frustrerend om te merken dat het uiteindelijk nog steeds niet echt wordt
gebruikt (omdat apparatuur toch te onbekend is?) en de checklist dagelijks
braaf wordt ingevuld maar de chauffeurs alsnog geen flauw idee hebben wat ze
nou precies checken. Iedereen is wel apetrots op deze ambulance, by far de
beste in het hele land en de trots van het hele ziekenhuispersoneel. Zo’n trots
dat er zelfs een parasol boven gebouwd is om de auto te beschermen tegen de
verschillende weersomstandigheden.
Tijdens het reorganiseerproces
Na het reorganiseerproces, gelabelde en ingerichte kasten.
Nog een voorbeeld van ineffectieve
communicatie/cross-cultural communicatie; er ontbraken zowel machines om het
bloedsuikergehalte te meten als laryngoscopen (instrument om te gebruiken bij
het intuberen). Ik had dit een aantal keren aangegeven bij het ‘hoofd
ambulancedienst’, die zei het al een jaar aan het vragen te zijn bij de CEO. Toen
ik naar zijn kantoor ging om dit te vragen kreeg ik de bloedsuikermachines gelijk
mee. Waarop mijn collega’s (terecht) boos werden op hem waarom zij het zo vaak
moesten vragen en ik het na 1x vragen gelijk kreeg. De CEO zei het vergeten te
zijn….Tsja, niet helemaal de juiste gang van zaken lijkt me, maar ik vraag me
ook af in hoeverre dan de noodzaak en urgentie van de vraag duidelijk was
vanuit mijn collega’s. Conclusie; het resource management hier kan nog duizend
keer beter, maar het is ook goed om alle zegeningen te tellen;). Momenteel werk
ik op de onderverdieping en help ik mee op de Acute Assessment ward en de
Maternity Ward. Soms help ik ook in de Vital Signs Room, daar vindt een soort
eerste triage plaats. Alle vital signs worden gemeten en bij alle nieuwe patiënten
wordt een volledig bloedbeeld afgenomen (als de machine werkt). Ik begrijp nog
steeds de logica niet waarom er bij ongeveer alle patiënten een bloedtest op malaria
en HB wordt afgenomen, zelfs als ze met een pijnlijke enkel komen. Mijn collega’s
begrijpen dit ook niet maar volgen gewoon de procedures. Voor mij is het
onbegrijpelijk dat daar dan niemand actie op onderneemt, maar hier worden
meestal blindelings de procedures van het management gevolgd. Als ik de sirenes
van de ambulance hoor ren ik meestal naar buiten om te zien of ik mee kan of
kan helpen, de ambulance voelt inmiddels als mijn baby na al de uren dat ik
erin heb doorgebracht;).
Wat ook nog bizar was een paar weken geleden; er werd
een emergency binnengebracht in een taxi. Ik liep mee naar de achterkant van
het ziekenhuis om te kijken of ik kon helpen. Het was een surrealistisch beeld
wat ik zag, een jonge man die met zijn benen door de ramen van de taxi lag,
zijn armen stijfgestrekt door het andere raam. Het was overduidelijk dat hij al
overleden was, zijn lichaam voelde koud aan en er was rigor mortis
(lijkstijfheid) opgetreden. Desondanks werd met grote spoed het emergencyteam
erbij gehaald, ik fluisterde ze gelijk in dat deze man allang overleden was. De
ervaring leert hier dat er dan alsnog soms alles uit de kast gehaald kan
worden, gelukkig bleef het deze keer bij de pupilcontrole en inderdaad de
bevestiging van de dood. Het was een jongen van 21 jaar uit Nigeria die hier
medicijnen studeerde. Hij was gevonden in zijn huis die ochtend door een
vriend, waarschijnlijk was hij overleden door een astmatic attack oid. De
volgende vraag was wat er met zijn lichaam moest gebeuren, volgens het hoofd
van de ambulance moest hij maar in de taxi blijven liggen zodat die gelijk naar
het mortuarium in Banjul kon rijden. Na veel protesten van mijn kant dat dit
echt niet kon werd uiteindelijk zijn lichaam op een brancard gelegd en in een
soort opslagkamertje neergezet. De major trauma room was geen optie volgens hem
want die moest leeg blijven voor alle andere trauma’s…een halfuur later stond
het ziekenhuisterrein vol met tientallen keihard huilende en schreeuwende
medestudenten. Een trieste situatie!
We zijn momenteel over de helft van ons verblijf hier (voor Lenneke en
Inge dan), we worden al wat melancholiek als we eraan denken dat we de mensen
hier, die inmiddels vrienden zijn geworden, moeten achterlaten. Volgende week
gaan we verhuizen omdat er een groep nieuwe Nederlandse studenten komt op onze
compound. Ook dat stemt ons wat verdrietig want we zijn inmiddels behoorlijk
gehecht aan ons plekje hier. Waar we bananen kunnen plukken in de tuin, kunnen
dansen op de veranda en op het matras kunnen liggen onder de sterrenhemel. Maar
aan de andere kant is het ook weer leuk om met andere mensen te gaan samenleven
straks (ook daar zijn gelukkig bananenbomen en zelfs een tafeltennistafel! We
voelen heuse competities aankomen!).
Heel fijn dat we ineens een stukje Giethoorn in onze straat aantreffen!
In liefde verbonden!


















